Algemeen

Bij weerstand metingen wordt er gekeken naar de dichtheid van de grond. Dit kan gerelateerd zijn aan het lutumgehalte (zwarte van de grond) of aan de compactheid van de bodem zoals een eventuele ploegzool of een compacte laag. Een weerstand meting of ook wel trekweerstand meten vindt plaats tijdens het ploegen, cultivatoren of woelen van een perceel.

Cultivatoren en woelers hangen in de driepuntshefinrichting van de trekker. Met de druksensor/trekpinnen van de trekker, aanwezig in de trekstangen, leveren normaal gesproken de input voor de diepteregeling. Door het signaal dat hierbij gemeten wordt af te tappen kan de benodigde trekkracht zichtbaar worden gemaakt. Bij deze techniek worden deze waardes aan een GNSS-positie gekoppeld. De waarde die gemeten worden door de druksensor worden dan opgeslagen en kunnen zichtbaar gemaakt worden via geosoftware of bedrijfsmanagemantsystemen. Bij het meten van de weerstand tijdens het ploegen geldt hetzelfde princiepe. Alleen maakt mijn bij het ploegen gebruik van onderwoelers geplaats onder de ploegschaar waarbij de krachtsensor is gekoppeld aan de onderwoeler. De sensor die gebruikt wordt tijdens het ploegen is nagenoeg gelijk aan de sensor die gebruikt wordt bij de woeler. Met de gemeten waarden kan mijn uit eindelijk actie ondernemen omdat via deze techniek plaatsspecifieke problemen in kaart worden gebracht.