Doel

Het waarnemen van de gewasvitaliteit en deze in kaart brengen zodat er direct of indirect op ingespeeld kan worden.

Mogelijkheden

Deze systemen zijn in staat om de gewasvitaliteit te berekening en hierop gelijk in te spelen door de bijmesting direct aan te sturen (gebruikelijke termen: on-the – go/on-line/real-time). Tijdens het rijden in het veld worden de gemeten waarde gelijk doorgerekend naar een geschikte dosering. De systemen kunnen ook worden gebruikt om gewasreflectie kaarten mee te produceren, om zo meer inzicht te kregen in een gewas of perceel.

Werking

Near sensing systemen zijn sensoren die vlak boven het gewas meten, bijvoorbeeld vanaf de trekker of veldspuit. De ‘near sensing’ systemen bestaan meestal uit de volgende drie componenten:

  1. Een sensor, wel of niet in combinatie met een lichtbron, voor het meten van de gewasreflectie (bladgroenhoeveelheid);
  2. Een computer die de rekenregels vertaalt naar een bijmestgift;
  3. Een bemester of veldspuit die in staat is om variabel te doseren.

Deze sensing methodes zijn vaak gebonden aan een merk en worden dan ook vaak aangeboden in combinatie met een service. De gewas- of close- sensing sensoren die hier worden besproken zijn:

Naast sensoren die op een tractor gemonteerd worden om te meten, zijn er ook compacte handmeters om snel te meten. Sommige van deze meters kunnen ook gebruikt worden om de grote gewassensors te calibreren. Hieronder staan de verschillende handsensors:


Terug naar gewasmonitoring