Onafhankelijk onderzoek en advies 19-5-2014

PPO Lelystad - ZLTO - DLV Plant - BLGG

Op het moment van schrijven zijn er tal van gewassensoren en andere producten omtrent precisielandbouw op de markt. Agrarisch ondernemers hebben in meer of mindere mate kennis gemaakt met diverse technische producten waarmee precisielandbouw op het bedrijf wordt toegepast. Door de vele verschillende aanbieders van (gewas-) sensoren en hun bijbehorende dealers wordt er veel gepubliceerd. Er zijn ook onafhankelijke organisaties en onderzoeksinstituten die kennis en ervaring hebben opgedaan met tal van verschillende sensoren en technieken. Ook de uitkomst van deze technieken worden door hen scherp onder de loep genomen.

Gewassensing

Het gebruik maken van (gewas-) sensing in de praktijk gebeurd steeds meer. De gegevens toepassen in de praktijk wordt een lastiger verhaal. Volgens Geert Hermans van ZLTO is het een kwestie van agrarisch ondernemers overtuigen van de werking van het apparaat of de dienst. Boeren moeten kunnen zien dat de aangeboden techniek toegankelijk is voor iedereen en er gemakkelijk mee gewerkt kan worden. Alleen dan kunnen agrarisch ondernemers snel overtuigd worden van de meerwaarde van het product.

PPO Lelystad doet als onafhankelijk onderzoekinstituut veel onderzoek naar precisielandbouw en de toepassingsmogelijkheden ervan in de praktijk. Het berekenen van een N- bemestingsadvies voor aardappelen op basis van gemeten gewassensorwaarden is een onderzoek waar PPO op dit moment aan werkt. Op basis van opbrengstverwachtingen kan een berekening gemaakt worden hoeveel Stikstof (N) een aardappelgewas op moet nemen per week. De groeicurve en N- opname tijdens het seizoen zijn voor verschillende akkerbouwgewassen bekend. Met behulp van de gegevens die verkregen worden uit de sensoren kan berekend worden of het gewas niet voldoende of juist teveel N heeft opgenomen naar gelang het groeistadium. Dat wordt gedaan door de informatie uit de meting te vergelijken met de verkregen groeicurve. Zoals David van de Schans zei: “De sensoren moeten een index uitspuwen die een relatie heeft met de juiste groei-index”. Alleen als sensoren en rekenmodellen dezelfde informatie vrijgeven kan er gerekend worden naar een bemestingsadvies. Volgens van der Schans is de YARA N-sensor de enige sensor die zichzelf kan kalibreren. Daardoor zijn de gegevens die voortkomen uit een meting met de YARA N-sensor betrouwbaarder als gegevens van andere sensoren. (YARA werkt met een SI index) Bovendien meet de YARA N- sensor het gewas onder een hoek, waardoor de meetwaarden betrouwbaarder zijn. De Greenseeker is een goede sensor voor het meten van verschillen tussen bodem en gewas. Zo kan er een inschatting gemaakt worden van de bodembedekking van bijvoorbeeld graan. Door de verschillende bladlagen in een gewas als aardappelen blijkt de techniek iets minder geschikt voor het bepalen van de bodembedekking in aardappelen.

PPO werkt aan een stikstof- rekenregel voor aardappelen. Dat werkt erg goed mits het loof van het gewas voldoende ontwikkeld is. Het rekenen met een gewas als tarwe is lastig wegens het diagonaal of verticaal staand blad. Hierdoor is de meting niet of in ieder geval minder nauwkeurig. Uit rekenvoorbeelden blijkt dat er niet altijd meststoffen bespaard kunnen worden. Wel kunnen meststoffen beter benut worden door het plaats specifiek toepassen ervan. DLV Plant vindt ontwikkelen van praktische rekenregels erg belangrijk om gewas sensing op grote schaal in te kunnen zetten in de Nederlandse land- en tuinbouw. (Herman Krebbers)

Taakkaarten

Voor het maken van een taakkaart zijn betrouwbare meetgegevens nodig. Daarbij begint het al met het weg filteren van bijvoorbeeld water of grond (kaal land) uit je meetgegevens. Ook is gebleken dat een sensor die onder een hoek naar je gewas kijkt nauwkeuriger is dan een sensor die recht naar beneden kijkt. Zie de YARA N- sensor. Het vertalen van sensorwaarden naar bruikbare waarden is het meest lastige van sensing in de precisielandbouw. Het meest belangrijke voor leveranciers van sensoren is de kalibratie van de sensoren en de after sale services. Het is namelijk erg belangrijk om betrouwbare meetgegevens te verkrijgen waarmee een plaats specifieke toepassing direct uit te voeren is.

Het werken met plaats specifieke gegevens over de volle werkbreedte is in principe al redelijk nauwkeurig. Uit proeven van PPO is gebleken dat er met de loofdodingsmodule van de greenseeker zo’n 80% gewasbeschermingsmiddel bespaard kan worden als er over de volle werkbreedte gevarieerd wordt. Wanneer er per sectie variabel gedoseerd wordt loopt dit op naar zo’n 96%. Wanneer de spuitboom in twee delen wordt gevarieerd (links en rechts) is de besparing zo’n 90%. De grote aanpassingen van machines en hoge investeringskosten brengen dus relatief weinig extra besparing met zich mee. Voor het strooien / spuiten van kunstmest zal een vergelijkbaar beeld ontstaan.

Sensing en toepassing in één werkgang.

Het meten en afgeven in één werkgang kan redelijk goed. Echter is het vullen van de spuit of kunstmeststrooier erg lastig. Door de sensing en toepassing samen te voegen in één werkgang is vooraf niet te bepalen hoeveel middel of kunstmest er precies nodig is voor het werk. Daardoor houd je (extra) veel middel over of kom je middel te kort. Werken met middelinjectie zou een mogelijkheid zijn, echter blijkt middelinjectie in de praktijk niet goed te werken. Er wordt steeds een V gespoten omdat het te lang duurt voordat het middel in de leidingen zit.

High Tech beregenen Sinds 2009 wordt er met onder andere ZLTO als partner gewerkt aan een programma waarmee `op maat` beregend kan worden. Het project is voornamelijk gericht op veehouders op de droogtegevoelige zandgrondgebieden in Brabant. Met behulp van een radar wordt het weer gemeten. De combinatie van een bodemkaart, een peilbuis en de weersverwachting wordt aangegeven wanneer een veehouder efficiënt over kan gaan op beregening van het perceel. Sinds 2013 wordt er gewerkt aan uitbreiding van het programma waardoor het ook geschikt wordt voor akkerbouwers. Voor een verdere technische uitwerking; High tech beregenen.

Financiële voordelen.

Opbrengststijging zal waarschijnlijk niet of nauwelijks met precisielandbouw haalbaar zijn. Vooral de veredeling heeft veel invloed op de opbrengstverhoging. Daarnaast blijft een goede gezonde bodem en een goede structuur erg belangrijk voor een goede opbrengst. Daar kan precisielandbouw iets aan toevoegen.

Het terugverdienen van de investering moet met drie staanders: - minder input: besparen op gewasbeschermingsmiddelen, zaaizaad en kunstmest - meer output: hogere opbrengst en/of betere kwaliteit van het product - minder arbeid: door efficiënter werken minder arbeid

Besparing door precisielandbouw (Van der Schans, PPO):

  •  loofdoding: €15,- per ha
  • fungicide: €45,- per ha
  • bemesting: €36,- per ha

 

Precisielandbouw in de praktijk

Veel gebruikers gaan GPS technieken toepassen als ze direct het resultaat er van kunnen zien. Recht rijden met GPS wordt redelijk snel door een grote groep opgepakt omdat het resultaat van de techniek direct zichtbaar is. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor GPS sectie-afsluiting. Wanneer nieuwe technieken in de praktijk worden gezet en er niet direct een meerwaarde in te zien is wordt er al niet meer zo happig op gereageerd. Veel ondernemers kijken eerst de kat uit de boom voordat men overgaat tot investeringen. Wel valt op dat de koplopers in allerlei richtingen denken om nieuwe GPS toepassingen in te zetten voor teeltverbetering of andere rendementsverhogingen. Geert Hermans van ZLTO vindt het belangrijk dat de grote groep ondernemers zo kort mogelijk volgt achter de koplopers, zodat nieuwe technieken vlot op grote schaal kunnen worden toegepast in de praktijk. Deze ideologie wordt door Herman Krebbers van DLV Plant gedeeld.

Precisielandbouw in de toekomst

In de toekomst verwacht Geert Hermans dat autonoom spuiten en het vliegen met drones een algemeen gebruikte techniek word. Vandaar dat hij verwacht daar de komende jaren projecten in te kunnen begeleiden vanuit de ZLTO. David van der Schans van PPO Lelystad denkt dat deze ontwikkeling een stuk minder hard zal gaan. Verder is GIS een nieuw hoofdstuk waarin veel kansen verborgen liggen voor de precisielandbouw. Uiteindelijk wordt de grootste uitdaging de combinatie van alle technieken. De ICT vertaalslag en de daarbij horende plant fysiologische kennis worden de grootste uitdagingen voor de toekomst van de precisielandbouw in Nederland. De grote vraag die uit dit onderwerp naar voren kwam is dan ook: “Welke rol heeft kennis van plant fysiologie op de interpretatie en het advies uit precisielandbouw data?” Volgens Herman Krebbers van DLV Plant heeft ook DLV daar een uitdaging liggen. De interpretatie van meetgegevens en de praktische vertaling ervan naar praktijktoepassingen zijn uitdagingen waar in de toekomst aan gewerkt moet gaan worden. In de toekomst wordt het mogelijk om totale adviespakketten te maken. Akkerbouwers kunnen nog niet altijd de juiste vertaalslag maken tussen precisielandbouw data en plantenkennis, waardoor daar nieuwe adviseringssystemen voor worden ontwikkeld. Verder wordt er in de toekomst nog veel meer data verzameld. Over het autonoom laten rijden van voertuigen over het veld bestaat nog enige discussie. Voornamelijk de wetgeving zal een grote invloed hebben op het wel of niet ontwikkelen van autonome voertuigen in de Nederlandse percelen. Het teeltplan kan aangepast worden omdat het met precisielandbouw mogelijk is om met nieuwe systemen te gaan werken. Rijpadensystemen zullen veel vaker toegepast worden en ook de variatie in gewassen binnen een perceel zal toenemen. Over het algemeen zal er gewerkt worden aan een optimum. Dit optimum hoeft niet gelijk te zijn aan het maximum, het is het punt waarbij het hoogst haalbare in balans blijft. Dat is de meest duurzame manier van werken met precisielandbouw.