De Koninklijke Maatschap de Wilhelminapolder (kortweg: de Wilhelminapolder) is een akkerbouwbedrijf ten noorden van de stad Goes in het plaatsje Wilhelminadorp. Het landbouwbedrijf de Koninklijke Maatschap de Wilheminapolder (KMWP) bewerkt ruim 1300 hectare akkerbouwgrond. Op deze akkerbouwgrond telen ze voornamelijk graan, uien, aardappelen en suikerbieten. Alle akkerbouwgrond van de KMWP is eigendom van 395 maten, die overal ter wereld wonen. Het voordeel hiervan is dat ze al het akkerbouwland ieder jaar weer in gebruik hebben, waardoor ze percelen goed in kaart kunnen brengen en kunnen optimaliseren met precisielandbouw. Er zijn momenteel 18 werknemers werkzaam op het bedrijf, inclusief twee parttimers (KMWP, 2014).

Met ruim 1300 hectare akkerbouwgrond die bewerkt moet worden, is een goed functionerend machinepark belangrijk. Het bedrijf beschikt daarom over een modern en up to date machinepark. Er wordt gewerkt met de nieuwste technieken, die ervoor zorgen dat men efficiënter en duurzamer kan werken. Zo zijn alle tractoren op het bedrijf voorzien van een rechtrijsysteem (gedeeltelijk met RTK-GPS) van John Deere, zodat er op enkele centimeters nauwkeurig gewerkt kan worden via satellietsignalen. De zaai- en pootmachines, ploegen en schoffelmachines worden ook met GPS van John Deere aangestuurd. Voorheen werd de schoffelmachine aangestuurd met camerabesturing, maar na enige ervaring bleek dit geen succes. De camerabesturing werkte niet wanneer er planten in een rij ontbraken, het raakte daardoor van slag. Verder wordt er tijdens het planten van aardappelen bemest in de rij en worden de kopakkers dunner geplant. Met de nieuwe Miedema Smartfloat die is aangeschaft kan er precies bemest worden op de plek waar de aardappel ligt en kan er dus nog meer bespaard worden. Met het plaatsspecifiek poten en zaaien zijn ze nog niet bezig, omdat er veel bij komt kijken. Ze vinden dat hiervoor nog meer geautomatiseerd moet worden. Denk hierbij aan het herkennen van een bomenrij door de GPS, zodat de chauffeur het niet zelf hoeft in te voeren of rekening mee moet worden gehouden bij het maken van een taakkaart. De bietenzaaier is uitgerust met sectieafsluiting, zodat spuitsporen en geren niet worden gezaaid. De rijen naast het spuitspoor (die worden niet gezaaid) worden dikker gezaaid. Beide combines op het bedrijf zijn voorzien van GPS voor het rechtrijden en er kunnen opbrengstmetingen met de apparatuur worden gedaan. Met de data van de opbrengstmeting wordt voor de rest nog weinig gedaan, maar het wordt wel bewaard voor in de toekomst. Op dit moment weten ze niet precies wat ze verder met de data moeten doen. Het gebeurd soms dat aan de hand van de opbrengstkaart monsters worden geprikt om te kijken waarom sommige plaatsen in het perceel minder opbrengst geven.

 

Figuuur 1: Combine voorzien van opbrengstmeting KMWP (traktorspotter, 2015)

De spuitmachine, kunstmeststrooier en bieten/chicoreizaaimachine zijn voorzien van sectieafsluiting. Door het GPS-systeem van John Deere wordt er minder overlapt tijdens de werkzaamheden dat grote voordelen geeft in bijvoorbeeld brandstofverbruik, zaaizaad, pootgoed, kunstmest en gewasbeschermingsmiddel. Ook levert het een grote tijdswinst op. Zo hadden ze tot 2000 nog iemand in dienst die alle percelen met de hand moest uitzetten voor het zaaien/poten, spuiten en kunstmeststrooien van de percelen. Door de RTK-GPS hoeft dit niet meer, omdat het rechtrijden hierdoor automatisch gaat. De KMWP heeft wel het een en ander uitgetest op het gebied van sensing, maar hiermee hadden ze niet altijd even goede ervaringen. Zo hebben ze proeven met de Fritzmeier gedaan op de spuit, maar hiervoor was geen goede software beschikbaar om de gegevens te kunnen verwerken naar bruikbare gegevens. Op dit moment gebruiken ze de CropCircle om variabel kunstmest te kunnen strooien en aardappelplanten dood te spuiten, hiervoor is namelijk wel de goede software beschikbaar. De gegevens worden verder verwerkt in het softwareprogramma en gebruikt om variabel te kunnen strooien en spuiten. Bij het maken van de taakkaarten wordt er wel gekeken hoe het komt dat op de ene plek meer moet worden gestrooid dan op de andere plek van het perceel. Het hoeft niet altijd aan het gewas te liggen, het kan bijvoorbeeld ook droogte of de structuur van de grond zijn. Om deze reden denken ze niet dat voorop meten en achterop strooien zal werken, of er moeten vooraf al tal van kaarten zijn (vocht, lutum, weer, ziekte) gecheckt en berekend. Het is nog te complex voor de medewerkers om dit alles in de praktijk toe te kunnen passen. Verder kwamen uit de opbrengstkaarten van de combines en de bodemkaarten van de MOL lichtere plekken van het perceel aan het licht. Daardoor kwam het aaltjesprobleem naar voren. Hiervoor hebben ze nu de nodige maatregelen genomen. Zo worden op die plekken geen aardappelen gepoot of een ras gepoot wat resistent of tolerant is tegen aardappelcystenaaltje (AM rassen).

De vervolgstap naast het gebruik van een rechtrijsysteem en bemesten in de rij is moeilijk. Het probleem zit hem in de communicatie tussen de verschillende software van de systemen volgens de KMWP. Connected Farm zou een uitkomst hiervoor kunnen zijn, maar dat werkt nog niet goed. Dit komt deels door de John Deere GPS, maar er ontbreken ook schakels in het totale schema. Sommige akkerbouwers maken deze schakels kloppend met elkaar en koppelen 6 software programma’s aan elkaar om de goede data tot hun beschikking te krijgen. Hier gaat volgens de KMWP veel tijd in zitten en al deze tijd kost hen geld. Verder communiceert de John Deere GPS op de trekker niet goed met de machine die erachter hangt. De Isobus van de machine kan soms niet aan de John Deere GPS gekoppeld worden, wat allemaal weer veel tijd kost en extra zwakke punten oplevert, omdat er weer extra kabels en schermen in de trekker moeten komen. Alles zou op één scherm moeten kunnen volgens de KMWP. Ook zou het GPS systeem beter moeten communiceren met BOS systemen (beslissingsondersteunende systemen), zodat ze op het begin van het perceel weten wat er in het verleden al gedaan is, welk perceel het is en wat hij moet gaan doen.

In de toekomst zal er volgens de KMWP hard gewerkt moeten worden aan de software. Deze moet gebruiksvriendelijker worden voor de gebruikers, zodat alles snel en efficiënt ingevoerd kan worden. Verder moeten de verschillende systemen beter met elkaar communiceren en moet de informatie die van de verschillende percelen afkomstig is verwerkt worden in een databank. Ook zou het mooi zijn als er plaatsspecifiek een bemestingsadvies gemaakt zou kunnen worden die vervolgens gebruikt kan worden als taakkaart. Op dit moment wordt er alleen nog maar een bemestingsadvies gegeven voor het gehele perceel (Verschoore, 2014).  
Bibliografie

KMWP. (2014). Over ons. Opgeroepen op 4 21, 2014, van KMWP: www.kmwp.nl

Verschoore, J. (2014, 4 11). (P. Rijk, L. Testers, A. Bartelen , & J. v. Heuvel, Interviewers)